Inspirerende quotes

woorden die me raken...

“En daar straalt voor mijn ziel, wat geen ruimte bevat; en daar klinkt, wat niet met de tijd vergaat; en daar geurt, wat de wind niet verdrijft; en daar wordt gesmaakt, wat geen eetlust vermindert, en daar omhelst, wat geen verzadiging scheidt.”

Augustinus

“Wie iemand overleeft, is altijd een verrader. (…). Iemand overleven van wie we zoveel hebben gehouden dat we er een moord voor hadden kunnen plegen, iemand te overleven met wie we zo’n diepe verbondenheid voelden dat we er bijna aan doodgingen, is een van de geheimzinnige en moeilijk te kwalificeren delicten van het leven.”

Sándor Márai

“Het wonderbaarlijkste zit hem er niet in dat een mens vleugels krijgt en ermee weg vliegt. Het is pas echt een wonder als het hem lukt beneden te blijven en het uit te houden tussen de anderen.”

Arthur Japin

“Wie het verleden niet eert, verliest de toekomst, wie zijn wortels vernietigt kan niet groeien.”

Hundertwasser

"En nu, voor het eerst, moet ik zien te rouwen in mijn taal, die me mijn eigen vergankelijkheid heeft verraden – ik vraag me af: waarom nu pas, waarom niet vroeger, of later? Waarom kijk ik af en toe, even vergenoegd als gepijnigd, naar de botten in mijn handen nu zij deze woorden opschrijven? Het gemak waarmee ze de pen of het klavier beroeren kan niet verhullen dat een toekomstig skelet op het toetsenbord een danse macabre uitvoert. Het is alsof ik door mijn eigen weefsels heen kijk. Het lichaam is voor mij altijd dat geweest wat de taal voor onbepaalde tijd opschort, in pijn, angst, lust of extase, zoals de taal ons de terugkeer belemmert naar het blote dier dat we zijn. Ik voel hoe het stampt in mijn slaap, dat beest, om de woorden van zich af te schudden. Het maakt me wakker."

Erwin Mortier

"Ik heb het gevoel dat alles nog moet beginnen, dat ik nog maar met mijn pink in de oceaan van taal heb geroerd en met mijn kleine teen in de mensenzee. Er zijn nog zoveel woorden die hun dampkring niet voor me hebben geopenbaard, zoveel stiltes blijven ongewogen. Ik ben nog te ongedurig, te onrijp om te kunnen schrijven zoals een beurs geworden vrucht openbarst, ik ben nog te jong om het laatste, taaie vlies te doorprikken."

Erwin Mortier

“Toen begreep ik dat je werkelijk een kunstenaar was. En ik begreep ook hoezeer jij een vreemdeling was onder ons, andersoortige mensen. (…) Ik betrad alle kamers en bekeek alles grondig. Ik begreep dat jij, hoewel je bij ons leefde, niet bij ons hoorde. Ik begreep dat je dit kunstwerk, deze woning, in het geheim had gebouwd, met al je krachten, koppig, en dat je dit bijzondere thuis, waarin je je opsloot om voor jouw kunst te leven, voor de wereld verborgen hield. ”

Sándor Márai

“We kennen haar altijd, die andere waarheid, die toegedekt wordt door een rol, door maskers, door situaties in het leven.”

Sándor Márai

“Overal worden er deuren van troost zachtjes achter me dichtgetrokken: cynische deuren, ontroerende deuren, afstandelijke deuren, herkenbare deuren, berustende deuren, vergeetgrage deuren, ontkennende deuren, interessante deuren, voorzichtige deuren, dooddoenersdeuren. Neen, zeg ik, niks daarvan. Niks afsluiten. De deuren moeten juist open. Er moet aan gemorreld worden, ze moeten uit de sponningen worden getrapt. Laat het maar tochten, laat het maar koud zijn.”

P.F. Thomèse

“Ons leven is dichtgeslagen als een boek waarin we hadden liggen lezen. Nu we het weer oppakken, kunnen we de bladzijde niet meer vinden waar we gebleven waren. We proberen op goed gevoel een stukje, maar nee, we herkennen niets, als bevonden we ons in zo’n Russische roman waarin iedereen steeds andere namen heeft. De verwikkelingen zeggen ons niets, nee, we waren vast nog niet zover. Maar ook terugbladerend komen we niet op een punt waarop we kunnen zeggen: ja, dit komt me weer bekend voor. Misschien hebben we het verkeerde boek opgepakt en moeten we er eerst achter zien te komen wat we nu eigenlijk aan het lezen waren. Of bekijken we ons boek met andere ogen en komt het hele verhaal ons niet meer geloofwaardig voor? ”

P.F. Thomèse

“Op weg naar de huiskamer blijf ik aarzelend in de recreatieruimte staan: een soort veemarkthal met een tafeltennistafel, een verdwaalde koelkast, een biljart en een kleine tafel naast een kast die van onder tot boven is volgestouwd met puzzels, schots en scheef door elkaar. Dan komt er iemand aan de andere kant de recreatieruimte binnen en ik loop snel door naar de huiskamer. Als ik weer op mijn plek aan het uiteinde van de eettafel zit, gaat een oudere man met warrig grijs haar en een kapotte bril twee stoelen verderop zitten. Hij staart voor zich uit, mompelt wat en grinnikt dan. Ik staar voor me uit, hengel het theezakje door mijn thee en zou willen dat mijn hart ermee ophield.”

Myrthe van der Meer

“Ik kook maaltijden die ik niet wil eten, kijk naar tv-programma’s die ik niet wil zien, bel mensen die ik niet wil spreken, loop heen en weer tussen woonkamer, keuken en slaapkamer zonder te weten wat ik daar zoek, ik gooi Glorix in de plee, doe de afwas en stofzuig, maar thuis ben ik niet – ik ben nergens.”

Stevo Akkerman

“Het kost me weinig moeite dat gevoel weer op te roepen, die wonderlijke mix van vrijheid en verlorenheid: alle kanten op te kunnen, niemand te hebben die het wat kan schelen. De positie van de buitenstaander, de voorbijganger, de reiziger. En toch vraag ik me af wie ik zie als ik terugkijk: ben ik de man die deze jongen was? Alles is anders, ikzelf, de wereld – wat is er gebeurd?”

Stevo Akkerman

“Waar ben ik? Wie ben ik? Hoe ben ik hier terechtgekomen? Wat wil dat zeggen, de wereld? Hoe ben ik de wereld binnengekomen? Waarom is mij niets gevraagd? En ingeval ik genoodzaakt ben deel te nemen, waar is dan de verantwoordelijke chef? Ik wil hem zien.”

Kierkegaard

“Ik ben altijd ‘niet van hier’, ook al probeer ik te weten of begrijpen ‘wat er speelt’ en wat de regels zijn en hoe die blijven veranderen en wat dat betekent. Als ik naar beelden kijk voel ik me niet verloren maar dan voel ik onbehagen.”

Marlène Dumas

“Eigenlijk ben ik mijn hele leven bezig met twee vragen: Waarom ben ik hier en behoor ik hier te zijn. ”

Marlène Dumas

“Ze wonen in hun eigen land, maar als vreemdelingen. Ze delen in alles mee als burgers, maar hebben alles te lijden als vreemdelingen. Elk vreemd land is hun vaderland, en elk land is hun vreemd.”

Brief aan Diognetus

“Mijn vader draaide zich om en keek me aan. Op zijn gezicht lag een uitdrukking van ontzag, woede, verwarring en verdriet, allemaal tegelijk. Ik herinnerde me die uitdrukking. Toen mijn moeder ziek was, had ik haar een keer getekend toen ze in het zonlicht zat in de woonkamer en hij had staan kijken in de deuropening en gezien hoe ik sigarettenas gebruikte om diepte in haar gezicht en haar lichaam te krijgen. Toen had hij me precies zo aangekeken. Wie ben je? Scheen hij te willen zeggen. Ben je werkelijk mijn zoon? Hij had toen niets tegen me gezegd. Hij zei nu ook niets. Hij nam mijn moeder bij haar arm en leidde haar door de zwijgende menigte. Hij liep langzaam en waardig. Hij keek strak voor zich uit en bewoog zich met een wanhopige kalmte.”

Chaim Potok

“Mama, het is een kruisiging. Ik heb een kruis gemaakt van ons huiskamerraam en ik heb jou eraan gehangen om de wereld te laten zien wat mijn gevoelens zijn, wat ik voel omtrent jouw wachten, jouw angst, jouw kwellingen. Begrijp je het, mama? Maar waarom heb je de lieve vogeltjes niet getekend, Asjer, waarom heb je de bloemen niet getekend?”

Chaim Potok

"Ik mag graag, terwijl ik spuit of giet, wat met de planten babbelen. Niet dat ze iets terugzeggen, maar ergens geloof ik dat ze mij op hun eigen plantaardige manier verstaan. Mijn vader deed dat ook. In ons smalle hoge huis in die Utrechtse straat stonden destijds alleen planten in onze huiskamer en de deftige kamer. In de huiskamer stond een parmantige alocasia, een skelettenplant en in de deftige een rijtje allamanda-achtigen. De alocasia noemde mijn vader ‘Juffrouw Gerson’, de planten op de vensterbank noemde hij ‘mijn rakkers’. (...) Ik spruit uit een man die van vissen, de revue, ‘eerlijk is eerlijk’ en van moeder hield, een vrouw die op haar beurt hield van netjes, met twee woorden spreken, gezellig kopje koffie en Edith Piaf. Hij de zoon van een christelijke handelsreiziger in geurtjes en geboden en een schippersvrouw. Zij de dochter van een jeneverstokende sigarenmaker en een naaister. Ik ben vertakt in gezellige kopjes koffie, plakjes leverworst, kaantjes, klinkers, stoepranden, putten, lantaarnpalen, aanrecht en teil, krakende traptreden, handdoek en dweil, suddervlees, voor het donker binnen zijn, vellen op de melk, bustehouders, puntenslijpers, trouwringen en jarretelles. Thee, warme chocolademelk, levertraan en ranja."

Herman van Veen

"Er was een goot, lek gescheten door duiven, meeuwen, kraaien, mussen en dwarse kieviten. Soms dreven er wolken voorbij, vaak met de kleur van modder waaruit chronisch motregen zeurde. (...)‘Ben je bang, droom je en wat droom je dan? Van een wereld waar ieder vrij is te zijn. Daar zou ik ook wel van willen dromen. Jammer dat ze weg zijn als het ochtend wordt. Je zou ze moeten kunnen vangen, in een dromennet en loslaten in kamers waarvan alleen jij, en vooruit, jij ook, de sleutel hebt. In een luchtkasteel dat van niemand is omdat het overal lekt en spookt."

Herman van Veen

"De grote zeeman, die heb ik op zee leren kennen. Hij schreeuwde naar de grijze golven, zwarte golven als het donker was. ‘Laatste beug!’ ‘Anker overboord!’ Hij vloekte onder het lawaai van de motor, wanneer het brullende kielzog het donkere anker opslokte aan het einde van de laatste beuglijn, te midden van het gekrijs van de meeuwen die ons spoor in de lucht natrokken. Het zwarte stalen schip won snelheid. Nog steeds schreeuwde hij, de grote zeeman. Zijn borst zwol op, hij maakte zich groot, en met zijn krachtige angstaanjagende stem stootte hij een laatste brul uit. Hij schreeuwde, eenzaam stond hij oog in oog met de zee, rechtop tegenover de immense oceaan. Zijn vieze haren, stijf van het zout, woeien over zijn voorhoofd. Hij joeg me angst aan, met zijn rode gezwollen gezicht en zijn gele blik, zijn ogen met de schittering van een wild dier. Hij joeg me altijd angst aan, ik bleef in de schaduw, gereed om te verdwijnen, klaar om weg te springen bij zijn geringste stap achterwaarts. Ik volgde elk van zijn bewegingen, gaf hem zware bakken met beugen aan die me deden wankelen, maakte aan elke beug een zak stenen vast, bond ze samen met een schootsteek die hij altijd controleerde, zonder ooit te glimlachen of iets te zeggen."

Catherine Poulain

"Zoals een eiland een verlangen weerspiegelt, zo tonen de vogels in de lucht mij de bewegingen van mijn gemoed. Het moeizame, tobberige loskomen van de aarde – de eenden. Het opstijgen met achteloos gemak – de meeuwen. Het zweven met minieme vleugelslag. Het duiken in scherpe hoeken, het plezier van de onverwachte wending. Het dwarrelend neerstorten, plotseling beheerst. Het optornen tegen de wind en uitgeput zijwaarts wegglijden. Het klimmen tot stilstand. Al deze bewegingen van de vogels kan ik in mijzelf terugvinden. Niet in het hoofd, waar herinnering en verbeelding hun voorstellingen laten opdoemen. Maar in het middenrif waar, zoals ik van de vrouw die mij vergezelt te horen krijg, volgens de oude Grieken het gemoedsleven zetelt."

Oek de Jong

"De hel is nu leeg, alle duivels zijn hier."

William Shakespeare

De onnauwkeurigheid, de clichés, de onmacht van woorden om gevoelens te vangen. ‘Maar waarom ben je dan zo somber? Alles loopt toch zo lekker, je hebt succes, je hebt geld.’ Somber? Ik ben helemaal niet somber! Ik ben kwaad, razend soms, ik ben niets, ik probeer niets te zijn, ik knip urenlang onkruid met een grasschaar, ik ben alleen, ik ben een twee-glazen-witte-wijn-drinker.

Gerbrand Bakker

Als kunstenaar is het van wezenlijk belang onbevredigd te zijn! Dat is geen kwestie van hebzucht, maar misschien wel van honger.

Lawrence Calcagno

Het ware leven wordt geleefd als zich piepkleine veranderingen voordoen.

Leo Tolstoi

Vaak worden we ten onrechte te schande gemaakt als creatief mens. Daaruit trekken we de conclusie dat het verkeerd is te creëren. Als we die les eenmaal hebben geleerd, vergeten we die onmiddellijk. Begraven onder ‘het doet er niet toe’ leeft de schaamte verder om zich aan iedere volgende nieuwe inspanning te hechten. Het alleen al proberen kunst te maken genereert schaamte.

Julia Cameron

Kunst vereist een veilige broedplaats. ‘Ik heb mijn eigen wereld gecreëerd en dat is een veel betere wereld dan ik ooit buiten mij heb gezien.’ (Louise Nevelson) ‘Als je aan je kunstvorm wilt werken, werk dan aan je leven.’

Tsjechov

Het ligt binnen mijn macht God te dienen of hem niet te dienen. Door hem te dienen draag ik aan mijn eigen heil en het heil van de wereld bij. Door hem niet te dienen, laat ik mijn eigen heil verbeurd verklaren en ontzeg ik de wereld het heil dat in macht lag om te creëren.

Leo Tolstoj

Het is een wit, ovaal, deelbaar tabletje. [Over antidepressivum, MvM]. Het schept, noch transformeert; het interpreteert. Wat definitief was, maakt het tijdelijk; wat onontkoombaar was, maakt het toevallig. Het geeft een nieuwe interpretatie van het leven – minder rijk, kunstmatiger en getekend door een zekere rigiditeit. Het verschaft geen enkele vorm van geluk, niet eens van echte verlichting, de werking ervan is van een andere orde: door het leven in een reeks formaliteiten te veranderen biedt het de kans om vals te spelen. Daardoor helpt het mensen te leven, of in elk geval niet dood te gaan – gedurende een bepaalde tijd.

Michel Houellebecq

In werkelijkheid bekommert God zich om ons, Hij denkt elk moment aan ons en geeft ons aanwijzingen, soms heel nauwkeurige. Die golven van liefde die in onze borst opwellen en ons de adem benemen, die ingevingen en extases, waar onze biologische natuur, onze eenvoudige primatenstatus geen verklaring voor kan bieden, zijn uitzonderlijke heldere tekenen. En ik begrijp nu het standpunt van Christus, de ergernis die al die ongevoelige harten steeds bij hem wekken: ze hebben alle tekenen, en ze trekken zich er niets van aan. Moet ik dan echt mijn leven ook nog geven voor die mislukkelingen? Moet ik dan echt zó expliciet zijn? Kennelijk wel.

Marieke

Blijf op de hoogte via:


Ontwerp en realisatie door Identiteit & Media.
Fotografie Marieke door Carel Schutte
Alle rechten voorbehouden.